• Emiel

De kikker, het potlood en het vliegtuig (geschreven door Titeke Postma)

Bijgewerkt: apr 30

Er was eens een kikker die héél ver kon springen. Maar hij wilde steeds verder en verder. Hoe moest hij dat aanpakken? Hij dacht en dacht en keek goed om zich heen. Toen zag hij bij de slootjes verderop in het weiland allemaal mensen met stokken springen. Hij dacht: dat is iets voor mij! Dus ging hij actief op zoek naar iets wat op een stok leek. Toevallig vond hij zomaar een potlood, een mooi met een prachtige driehoekige punt waar hij zich heel goed aan vast kon houden. Na enige oefening maakte hij gewéldige jumps en sprong hij superver. Zo ver, dat hij mee mocht doen aan de wereldkampioenschappen! Die waren in Kikkerland en daar kun je niet zomaar naar toe springen. Daarom mochten hij en het potlood mee in het kikkervliegtuig. Dat was spannend, maar zeer de moeite waard! En je begrijpt het al, hij won en werd wereldkampioen. En hij leefde nog lang en gelukkig.


Een superflauw begin natuurlijk, maar over dit onderwerp wil ik al heel lang een keer schrijven. En iedere keer denk ik dan aan een sprookje. Over welk onderwerp ik het heb? Over de vraag of je beter de twee- of de drietakt kunt aanleren. Of zoals je wilt, de whip of de wedge.

Als je al een keer een training bij mij hebt gevolgd, weet je dat ik een duidelijke voorkeur heb. Ik ga voor de whip/twee-takt. Waarom? Met die uitvoering van de enkelvoudige rugslag (en later ook schoolslag) kun je de meeste stuwing ontwikkelen. Dat kan ik dan onderbouwen met o.a. het principe van Bernoulli. Soms ga ik op mijn rug op de tafel liggen om voor te doen dat de drie-takt echt niet handig is. Al pratend komen we er dan vaak achter dat meestal niet de échte drie-takt wordt aangeleerd.


Daarom heb ik een nieuwe uitvoering in het leven geroepen: de twee-eneenhalf-takt. In die uitvoering wil je wel dat de benen naar beneden vallen, maar wil je ook dat de ‘hakken’ (hielen) tegen elkaar worden geplaatst. Bij de ‘echte’ twee-takt is dat laatste niet aan de orde. De voeten blijven juist naast elkaar, worden opgetrokken met de tenen richting de knieën, de benen buigen in de knieën en er wordt een ‘rondje’ (een soort charlstonbeweging) met de benen gemaakt.


Ik zet even een paar nadelen van de drie-takt op een rij:

Omdat de hakken tegen elkaar moeten, gaan de knieën enorm uit elkaar. Het is dan nagenoeg onmogelijk om de benen dan ontspannen onder water te krijgen. Daarom zie bij deze uitvoering ook vaak dat de knieën boven water blijven/komen tijden de uitvoering. Het is veel gemakkelijker voor de kinderen om de knieën ‘op te tillen’. Om vooruit te komen in het water maak je gebruik van Newton (actie = - reactie) én het principe van Bernoulli (zie ook de animatie van NL Zwemveilig). Als je goed kijkt naar de twee-eneenhalf-takt beweging, dan is er geen sprake van een mooie stroming van water langs de benen of voeten. En als je het zou tekenen, merk je dat er ook geen mooie voorwaartse reactie komt uit de beweging. Bij de twee-eneenhalf-takt beweging is het vaak lastig om met de voeten, die onder water zijn, een ‘mooie’ beweging te maken. Met als gevolg dat veel kinderen aan het eind van de beweging even met de voeten boven water komen. En dat is niet effectief, er ontstaat veel minder stuwing. Het is ook lastig om een versnelling in de beweging te maken en op die manier nog meer stuwing te ontwikkelen.


Ik vind het lastig om zo’n lijstje met nadelen voor de twee-takt te maken. Ik hoor wel vaak dat kinderen bij de twee-takt sneller een schaarslag ontwikkelen. Omdat ze niet kunnen voelen of de benen wel gelijk (symmetrisch) gaan. Daarom wordt ervoor gekozen om de hakken tegen elkaar ‘te plakken’. En dan leren ze later wel de twee-takt.

Het is en blijft een lastige discussie. Ik denk dat we er niet zomaar uit zullen komen. En meningen mogen verschillen. Maar met de komst van de nieuwe theorieën over motorisch leren heb ik wel een oplossing ontdekt. Waarom laten we de uitvoering (twee- of drie-takt) niet gewoon over aan de kinderen?


Wij geven een voorbeeld en de kinderen doen ons na. Het liefst zwem je een twee-takt, maar ik denk dat kinderen het verschil niet heel goed zullen zien. Zij zien de totaalbeweging. Zwemmen de kinderen een twee-takt? Dan is dat mooi! Je zou kunnen zeggen dat ze een goed watergevoel hebben ontwikkeld en dit toepassen in de uitvoering van de enkelvoudige rugslag. Je kunt dan vanuit de uitvoering die ze laten zien verder werken aan het verbeteren van de stuwing. Zwemmen de kinderen een beweging die op de twee-eneenhalf-takt lijkt? Is ook oké. Laat ze vooral veel verschillende variaties zwemmen, zodat ze leren voelen hoe ze het beste vooruit kunnen komen.

Ga dan niet de voetenstand corrigeren door te zeggen: ‘plak je hakken’. Dit is heel erg expliciet en niet effectief. Ontwikkelen de kinderen een schaarslag? Kijk dan nog even naar de tip van dag 8. Misschien is er iets niet goed gegaan in de watergewenning of heeft het kind moeite om z’n evenwicht te houden.


Al met al blijft het aanleren van de beenslag van de enkelvoudige rugslag (en schoolslag) lastig. Kinderen moet leren voelen hoe de beweging moet en hoe ze stuwing kunnen ontwikkelen. En dan nog het liefst op een impliciete manier. Sinds kort is er materiaal op de markt dat kinderen hier heel goed bij kan helpen. De naam is Swmmr.



Het materiaal bestaat uit twee delen, in beide zit een krachtige magneet. Om beide enkels wordt een deel bevestigd. Kinderen hebben direct in de gaten wat de bedoeling is. Het is een externe focus: je doet de beweging die is voorgedaan na, maar zorgt ervoor dat de magneten weer klik zeggen! Ik heb gezien dat kinderen veel actiever gaan zwemmen, de beweging helemaal afmaken en beter gaan stuwen.


Met de Swmmr is al veel geëxperimenteerd. De duidelijkste resultaten lijken te worden bereikt door kinderen die het gewone leren heel moeilijk vinden. Dus moeite hebben met de bewuste cognitieve verwerking van informatie en daarom veel baat hebben bij deze uitvinding die onbewust leren mogelijk maakt.Ik denk dat dit ook geldt voor 'gewone' kinderen. Ik hoop dat onderzoek zal aantonen dat het echt effectief is. Tot die tijd zeg ik: probeer deze mooie ondersteuning eens uit. Het kan jou en de kinderen ondersteunen bij de ontdekkingsreis van het impliciete leren.


Welke uitvoering van de enkelvoudige rugslag/schoolslag leer jij de kinderen aan?


Wat vind je van mijn oplossing?


Heb je al ervaring met de Swmmr?


Kijk voor meer informatie op: https://www.swmmr.nl/productpagina/swmmr



875 keer bekeken